Luthers

‘Ik zou willen dat men over mijn naam zweeg en zich niet Lutheraan maar Christen noemt. Wat is Luther? De waarheid is toch niet van mij! En ik ben ook voor niemand gekruisigd.’

Theologie

In weerwil tot Luther’s uitspraak is er binnen het protestantisme toch een stroming ontstaan die naar hem genoemd is. In 1588 ontstond de eerste Lutherse gemeente in Amsterdam, uit de Reformatie. De hervormers wilden de oude kerk fundamenteel hervormen. De focus van de Reformatie is de mens en zijn relatie tot God.

Er zijn vier ideeën die het Evangelisch-Lutherse geloof leiden – vier keer “alleen”, in het Latijn ‘Sola’

  • Solus Christus: alleen Jezus Christus is onze hoop en verlossing, omdat God in Jezus Zichzelf aan ons laat zien
  • Sola Scriptura: alleen de Heilige Schrift is de basis en inspiratiebron van onze gemeente
  • Sola Gratia: alleen door Gods zorg en genade kunnen we het goede leven leven
  • Sola Fide: alleen door in geloof het geschenk van Gods liefde en vergeving te aanvaarden kunnen wij onze bestemming bereiken

Muziek

Bij de hervorming van de liturgie gaf Luther een essentiële plaats aan zowel de preek als het zingen van de gemeente. Hij beschouwde het lied als een geloofsbelijdenis, als een geestelijk commentaar op bijbelteksten. Er moest een gezangboek geschreven en gepubliceerd worden. Daarom stelde een groep muzikanten rond Luther een kleine verzameling hymnen samen. Luther componeerde zelf 36 liederen op Duitse teksten, waarvan sommige vrije bewerkingen van de Psalmen en andere spirituele commentaren, die vaak op populaire melodieën werden geschreven.

Veel van Luthers hymnen hebben de tand des tijds doorstaan. Niet alleen in Luthers eenvoudige harmonisatie worden ze nog steeds gebruikt , maar ook in de indrukwekkende werken van Johann Sebastian Bach.

Liturgie

De liturgie die wij volgen wortelt in de vroeg-kerkelijke traditie. We spreken ook wel van het ‘oecumenisch ordinarium’. Onder ordinarium verstaan we de vaste onderdelen van de kerkdienst, die in principe iedere zondag hetzelfde zijn: Kyrie en Gloria, de geloofsbelijdenis (het Credo), Sanctus en Benedictus (het Heilig) en Agnus Dei (het Lam Gods). Onderdelen die we ook kennen uit de mis. Ze vormen het geraamte van de liturgie. Deze structuur is lang voor de reformatie ontstaan. In de Lutherse traditie heeft men over het algemeen deze vorm in stand gehouden. Met oecumenisch bedoelen we dat deze orde van dienst in een groot deel van de Westerse kerk gebruikt wordt, zoals bijvoorbeeld in de Rooms-Katholieke en de Anglicaanse kerk.

Met het Kyrie eleison (Heer ontferm U) roepen we God aan voor de nood van de wereld. Het kyrie is tegelijkertijd een hulde. We belijden dan Christus de Heer (de Kyrios) is. We geloven dat ons leven onder het gezag is gesteld van Hem, die de koning van vrede is. Met Gloria in excelsis Deo (Ere zij God in den hoge) prijzen wij Gods naam, omdat zijn barmhartigheid geen einde kent.  Tegen alles in, soms tegen onszelf in, blijven we hoog op zingen van Gods liefde en van zijn koninkrijk dat komt.

De gebedsgroet markeert het gebed, waarmee we alle gebeden aan het begin van de dienst afsluiten. Het is een wederzijdse begroeting: De Heer zij met U – met uw geest.  In de liturgie gaat het over en weer. Het is een wisselwerking tussen voorganger en gemeente.

Vervolgens gaat de Bijbel open. We lezen de Schrift, maar we zingen er ook uit, in bijvoorbeeld de Gradualepsalm. Graduale komt van trap (gradus). Vroeger werd die psalm gezongen op de trappen van de lezenaar.

Wanneer we uit het evangelie lezen, dan geloven we dat Christus zelf tot ons spreekt in de woorden uit de Bijbel. Daarom zingen we een feestelijk Halleluja voordat het evangelie gelezen wordt. In de Evangelielezing komt Christus ons het meest nabij. Uit eerbied en dankbaarheid gaan we daarbij staan. Het evangelie maakt ons bovendien tot mensen van de opstanding: we zijn Paasmensen!

Zodoende zijn er in de liturgie dus doorgaans vier lezingen: lezing uit het Oude Testament, de Graduale, de Epistellezing en de Evangelielezing. Na de Evangelielezing zingen we de Geloofsbelijdenis/het Credo. Dan volgt de preek. In de viering van het Heilig Avondmaal komen de vaste elementen uit het ordinarium weer terug: het Sanctus en Benedictus en het Agnus Dei. Aan het einde van de dienst ontvangen we de zegen.